Dossier Asbestsanering

Het onderschatte gevaar van asbest als sluipmoordenaar

Asbest is een sluipmoordenaar; één vezel inademen kan fataal zijn, de incubatietijd is 30 jaar. Na inademing kun je over 30 jaar asbestose en longvlieskanker krijgen. Geen prettig vooruitzicht. Het is aan de overheid om goede kaders te scheppen als het om asbestverwijdering en –sanering gaat en goed op te letten (handhaving) bij de uitvoering en meteen in te grijpen bij onregelmatigheden. Aan de reiniging van ruimtes dient in de regel meer tijd te worden gespendeerd dan aan de sanering zelve. Het gaat immers om deeltjes van microgrootte, niet waarneembaar met blote oog. Uit een recente studie van een deskundige –Bob Ruers – op dat gebied bleek nog eens hoe voorzichtig je moet zijn met asbest en dat er door laks optreden van overheden in de afgelopen jaren er onnodig doden zijn gevallen door deze sluipmoordenaar.

Klik op Blind voor asbestgevaar voor een artikel in dagblad de Limburger over deze studie en klik hier voor een link naar het proefschrift ‘Macht en tegenmacht van de asbestregulatie’ van Bob Ruers.

Procesanalyse Asbestsanering Treebeek:

Het PAK heeft vanuit deze context en vanuit het oogpunt van volksgezondheid de asbestsanering in Treebeek zowel op papier als in de praktijk gevolgd. Al een jaar geleden hebben we erop aangedrongen om bij de sanering van de Treebeekwoningen extra alert te zijn en de zaken meteen goed te doen vanwege de diverse woningtypen in die wijk. Nog verder terug in de tijd hebben we in individuele gevallen  bij de corporatie aandacht gevraagd voor de asbestproblematiek. Het PAK had het volste vertrouwen erin, dat de zaken goed zouden worden aangepakt. Helaas hebben we gaandeweg de sanering van fase 1 en in de achter ons liggende periode van de ter inzage legging van fase 2 een geheel andere kijk ontwikkeld.

Het PAK ontdekt in de papieren werkelijkheid nogal opvallende onvolledigheden,   tegenstrijdigheden en verschillen. We spreken dan over fase 2. Deze constateren we ook als we de papieren werkelijkheid en de concrete saneringspraktijk naast elkaar leggen, ervan uitgaande dat bij fase 1 dezelfde papieren werkelijkheid van toepassing is.

De belangrijkste stukken van de vergunning fase 2 Spoorstraat 33 t/m 76  zijn :

I. de verleende omgevingsvergunning nummer 11224 (klik hier)

II. Het asbestinventarisatierapport (Spoorstraat 33 t/m 76) en is onderverdeeld naar: (bijlage 3)
bijlage A overzicht asbesttoepassingen in de woningen (klik hier)
bijlage B rapportage IdentificatieAnalyse Bureau Safety BV
bijlage C foto’s van de sanering met commentaar
bijlage D n.v.t.
bijlage E de SMA-rt rapportage (risicoclassificatie): StoffenManagerAsbest-rapport

III. het werk– en V&G plan fase 1 en 2 (bijlage 4)

IV. opnamelijsten (zgn. warme opnames) : hierin staan o.a. de aandachtspunten vermeld die aangegeven zijn door bewoners en de te treffen voorzieningen door de bewoner of aannemer,  voorafgaand aan werkzaamheden en de asbestsanering

1. De papieren werkelijkheid: de vergunning van fase 2
Onvolledigheden in de stukken en verschillen tussen de stukken

1.1.  Onvolledigheden:

1.1.1. De vergunning:

In de vergunning staat vermeld op pagina 10 van 15, onder bijlage 3, punt b: dat van een aantal woningen zowel asbestinventarisaties als een aanvullend  Werk en V&G plan nog aangeleverd moeten worden. (zie verderop bij 1.1.2)

1.1.2 De asbestinventarisatielijst

a) Bijlage A , de asbestinventarisatielijst – is niet compleet

Achter sommige huisnummers ontbreken de data in de diverse kolommen; daar is in de vergunning –let wel – een opmerking over gemaakt; het betreft de Spoorstraat huisnummers 37-60-65-67 en 72

Citaat: blz. 10 van de vergunning
Van de hierna te noemen adressen is nog geen asbestinventarisatie opgesteld. Alvorens men start met de asbestsaneringswerkzaamheden dienen deze woningen nog te worden geïnspecteerd. Deze nog te verstrekken inventarisaties maken, na accordering deel uit van deze omgevingsvergunning. Het betreft de volgende adressen:  Spoorstraat 37, 60, 65, 67 en 72.

Als deze inventarisaties aan de gemeente zouden zijn aangeleverd  dan zouden zij na accordering deel uitmaken van de verleende vergunning. Op 4 april waren deze gegevens nog niet voorhanden en dus heeft 6 weken lang een INCOMPLETE vergunning ter inzage gelegen. Voor zover we weten is er maar één persoon die nu bezwaar heeft ingediend maar een aantal mensen is deze mogelijkheid ontnomen omdat zij geen kennis konden hebben en nemen van hun eigen asbestinventarisatie en de daarbij behorende risicoclassificatie. Of daar bijvoorbeeld niet-hechtgebonden asbesttoepassingen aanwezig zijn,  kunnen we als PAK even niet beoordelen, want inventarisatie heeft immers niet plaats gevonden. Vanaf 5 april jl.  is de bezwaartermijn afgelopen.

b)  Bijlage B is niet compleet

Als van iedere woning een analyserapport aanwezig dient te zijn, dan is bijlage B niet compleet. Het betreft de analyse van het eventuele asbestprobleem in verschillende varianten: dakbeschot, boardmateriaal,enz.  Het betreft een aantal specifieke woningen, maar niet alle woningen. Dus incompleet. We kwamen o.a. tegen: Spoorstraat 40, Spoorstraat 43, Spoorstraat 41, Spoorstraat 66. Een aantal woningen niet.

c)  Bijlage E is niet compleet

Als van iedere woning een SMA-rt risicoclassificatie aanwezig dient te zijn, dan is ook deze bijlage niet compleet. Hier worden groepen woningen geclusterd per asbestprobleem: cluster dakbeschot, al of niet beschadigd, cluster board onder cv-ketel, niet-hechtgebonden, cluster plafondplaten, wandplaten en platen rond rookgasafvoer, enz. enz. Nu wordt hier slechts één specifieke woning genoemd: Spoorstraat 66 met beschadigd dakbeschot. Beschadigd dakbeschot is per definitie niet-hechtgebonden en toch staat daar, dat  dit dakbeschot als hechtgebonden gekwalificeerd. De verklaring daarvan ontbreekt.

1.1.3 Het Werk– en V&G plan fase 1 en 2

Opmerking bij het Werk en V&G plan:

Dit plan is ook onvolledig. Daarvoor volgend citaat, blz.  10 van 15 van de verleende vergunning:

Het verwijderen van asbesthoudende materialen dient te worden uitgevoerd volgens het door ons geaccordeerde werk- en V&G plan en door een SC 530 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf (gecertificeerd door de daartoe aangewezen gecertificeerde instellingen die de certificaten verstrekken). Van de volgende woningen dienen wij nog te beschikken over een aanvullend werk- en V&G plan m.b.t. de niet hechtgebonden (NH) asbesttoepassingen risico klasse (RK) 2: Spoorstraat 33, 34, 35, 38, 39, 40, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 51, 54, 55, 56, 58, 59, 61, 63 en 64.
We hebben als Pak geconstateerd dat op 4 april deze gegevens niet aanwezig waren, dat de bezwaartermijn eindigde op 4 april en dat we nogal wat activiteiten hebben waargenomen in de zin van het doen van luchtmetingen en het nemen van plak- en veegmonsters op 3, 4 en 5 april. Een spoedopdracht zoals we hoorden. We weten niet wie de opdrachtgever is. We hebben toch het vermoeden dat dit de gemeente is. Zie verder.

1.1.4  De opnamelijsten zijn niet meer teruggekoppeld met de bewoners, zijn dus incompleet  en onjuist op onderdelen, maar maken wel onderdeel uit van de vergunning. Als we de opnamelijsten allemaal door nemen, dan valt op, dat vele mensen blijkbaar geen opmerkingen hebben gemaakt, maar ze zijn ook geen asbestdeskundige.

1.2.  Verschillen, tegenstrijdigheden:

Naast al deze hierboven genoemde onvolledigheden zijn er ook verschillen te constateren in de verschillende stukken.

1.2.1: verschil tussen asbestinventarisatierapport en risicoclassificatierapport

In het asbestinventarisatierapport bijlage A  overzicht asbesttoepassingen in de woningen staat bij Spoorstraat 66 een opmerking: kieren en naden bij wanden en plafond. Die moeten dus gedicht worden om vezelverspreiding in de woning te voorkomen, omdat er open verbindingen zijn. De inspecteur van VROM heeft dit ter plekke geconstateerd. In bijlage E in het risico classificatierapport komt dit aspect niet meer terug in de werkmethode van die woning. Dus verdwijnt uit het zicht. Er wordt niet meer over gerept.

Wat kan de oorzaak zijn?

De voorloper van het risico classificatierapport is de asbestinventarisatielijst.
Deze lijst wordt ingevoerd in de tool SMA-rt: StoffenManagerAsbest-rapport
Voor de uitleg van deze tool zie bijlage 5.

Het risico classificatierapport wordt vervolgens vanuit die tool genaamd SMA-rt gegenereerd. Deze tool schrijft een werkwijze voor die hoofdzakelijk bedoeld is ter bescherming van de uitvoerders van de sanering en niet voor de bewoners. De vermelding van het nemen van  preventieve maatregelen ter voorkoming van extra emissie van asbestvezels naar de woon- en leefruimten en directe leefomgeving is onderbelicht, met als gevolg onvoldoende bescherming van de leefomgeving en bewoners  die na de sanering terug keren in die woon- en leefomgeving. Bewoners worden te weinig beschermd als de overheid haar taken verwaarloosd. De lokale overheid heeft hier een belangrijke verantwoordelijkheid.

Een andere oorzaak is mogelijk het feit dat het de enige woning is waar dit aspect aan de orde komt; het zou kunnen betekenen dat in het vervolgproces dit als een bagatel is beschouwd en maar is weggelaten. Dit is een veronderstelling.

Wat we overigens vreemd vinden dat maar bij  één woning dit in de aanvangsfase is geconstateerd. Het PAK is ervan overtuigd dat in meer woningen naden en kieren te constateren zijn die zich bevinden onder het asbesthoudende dakbeschot en een open verbinding vormen met dat asbesthoudende dakbeschot. Tijdens de asbestsanering is het dus mogelijk dat vrijgekomen asbestvezels door deze open verbindingen kunnen doordringen naar de woon- en leefruimten.

1.2.2 Verschil tussen bijlage E, het risicoclassificatierapport en het Werk- en V&G plan i.v.m. nat houden van de asbestplaten (dakbeschot)

Een tweede tegenstrijdigheid binnen de papieren werkelijkheid is de volgende.
In het risico classificatierapport bijlage E m.b.t. het beschadigd dakbeschot van Spoorstraat 66  staat onder beschrijving werkmethode specifiek dat voorafgaand aan het slopen dienen de platen aan beide zijden (indien mogelijk) goed nat te worden gespoten. In het Werk- en V&G plan staat op pagina 6 van 19 vermeld: indien mogelijk de randen van de dakplaten vochtig maken of houden bij werkzaamheden onder asbestcondities.

Dan is er nog een pagina in het risicoclassificatierapport  m.b.t. het dakbeschot van alle woningen in fase 2 (Spoorstraat 33 t/m 76) met paginanummer 44559006, rechts onder in de hoek vermeld (oftewel  blz. 47 van 52 van het Risicoclassificatie rapport) dat voortkomt uit de SMA-rt tool,  waaronder in de beschrijving werkmethode specifiek het volgende staat vermeld:

Citaat:

“Voorafgaand aan het slopen dienen de platen aan beide zijden (indien mogelijk) goed nat  te worden gespoten”.

Blijkbaar dient deze pagina ter dekking van de risico classificatie van alle woningen. Waarom Spoorstraat 66 op een specifieke wijze benoemd? Omdat het dakbeschot is beschadigd? Observatie laat zien dat beschadigingen ook het geval zijn bij andere woningen. In ieder geval kunnen we uit deze passage concluderen dat de platen nat moeten worden gemaakt voorafgaand aan de sanering en dat gebeurt niet.

In een schrijven van VROM (bijlage 6)  staat vermeld dat de spouw niet kan worden afgedicht omdat in sommige woningen het asbesthoudende dakbeschot eindigt ter hoogte van de spouw en daardoor emissie van asbestvezels kan plaatsvinden naar de spouw. Advies van VROM is dan ook om die naden en kieren te dichten en met name  rondom die raamkozijnen waar naden en kieren een open verbinding vormen met de spouw.

Met het advies van VROM wordt niets gedaan! Zie  verslag Vrom 9 juni 2011 en brief Vrom 15 maart 2012: bijlage 6 en 7 (dl, 1, 2, 3)

1.2.3.: Risicoclassificatie is niet helder en tegenstrijdig.

In bijlage A (asbestinventarisatie) overzicht asbesttoepassingen in de woningen vallen alle boardplaten onder de cv-ketels onder risicoklasse 2;  dit zijn allemaal niet-hechtgebonden asbestplaten; dus per definitie risicoklasse 3.
In bijlage E  SMA-rt rapportage (risicoclassificatie) paginanummer 44560266 vallen deze boardplaten onder de cv-ketels onder risicoklasse 3 en zullen dus in containment moeten worden verwijderd. Dat klopt dan wel weer. Vreemde verschillen die vragen oproepen.

1.2.4.: Asbestplaatjes rondom rookgasafvoeren worden op 2 manieren geclassificeerd.

In bijlage A vallen deze plaatjes onder risicoklasse 2: allemaal hechtgebonden Volgens de bijlage E  SMA-rt rapportage (risicoclassificatie) dienen deze in containment te worden verwijderd. Dat is per definitie risicoklasse 3.

Zie pagina 22280343 in de bijlage E SMA-rt rapportage (risicoclassificatie): Plafondplaten,  wandplaten, en platen rondom rookgasafvoer.
Naast dit geconstateerde verschil in stukken is het ook nog zo, dat er plaatjes zijn, die niet-hechtgebonden zijn: o.a. Spoorstraat 66.

2. De papieren werkelijkheid is anders dan de daadwerkelijke sanering: Fase 1 en 2. De verschillen tussen PAPIER en PRAKTIJK

2.1 Vergunning versus praktijk:

In de vergunning staat het volgende:

“men streeft naar de hoogste graad van veiligheid, veiligheid in de breedste zin van het woord zal altijd nr. 1 onderwerp zijn binnen dit project en daarmee gepaard gaande werkzaamheden”
en “veiligheid, gezondheid en milieu hebben de hoogste prioriteit. Het beleid is erop gericht om schadelijke gevolgen voor mens en milieu te voorkomen door risico’s te mijden of systematisch te beheersen”.

Bij deze sanering wordt te weinig aandacht besteed aan het preventief voorkomen van verspreiding van asbestvezels  -1- naar de woon- en leefruimten en -2- naar de directe leefomgeving met alle mogelijke gevolgen van dien. Zie hier boven het verhaal van naden en kieren, het niet nat maken van de platen, ook niet van de randen. Dat hebben we als PAK zelf geconstateerd op 28 en 29 maart en op foto’s vastgelegd.

2.2 Stof waait de wijk in

Op genoemde dagen hebben we ook gezien dat het stof dat op de platen ligt gewoon met een handvegertje wordt weggeveegd. Waarom niet met een speciale stofzuiger, zodat je zeker weet, dat – mochten er asbestvezels zijn – dat deze zich niet verspreiden in de open lucht en dus in de wijk. En dat levert een substantieel risico op voor individuen en hun directe omgeving. Vrijgekomen asbestvezels kunnen in aangrenzende woningen worden ingelopen en in de woning kan dit vervolgens leiden tot langdurige blootstelling aan, meestal lage, asbestconcentraties (secundaire emissie)

2.3 Voorkomen van verspreiding van asbestvezels tijdens de sanering in huis.

De saneringspraktijk laat mogelijkheden open.
De naden en kieren worden niet gedicht, maar, zoals we hebben begrepen door het kunstmatig creëren van overdruk op de bovenverdieping bij een incidentele woning; met behulp van ventilatoren zegt men het verspreiden van asbestvezels te voorkomen. Ons is gebleken dat VROM en experts van TNO deze methode niet kennen. Sterker nog. Ze zeggen dat dit juist verspreiding van vezels zal veroorzaken. Overigens staat deze methode ook niet vermeld in het Werk- en V&G plan. Het PAK heeft deze vorm van werken ook niet op papier. In de vergunning wordt de overdrukmethode op blz. 10 wel genoemd als preventieve maatregel, maar het is meer een cafetariamodel van kies en kijk maar wat je doet. En de bewoner staat buitenspel.

Zie citaat hieronder: blz. 10 vergunning

Ruimtes die direct/indirect grenzen, aan de te verwijderen asbesthoudende materialen waar deze vergunning op ziet, zoals bv. zolder, vliering, slaapkamer, badkamer of overloop, dienen vooraf te worden leeg gemaakt (zie lijst warme opnames), dan wel dermate te worden beschermd/afgeschermd (inpakken in plastic, kleeffolie aanbrengen of zorgen voor overdruk in de ruimte) dat eventuele asbestemissie wordt voorkomen. E.e.a. in overleg met de toezichthouder van de gemeente Brunssum en de DTA’er (Deskundig Toezichthouder Asbest) ter plekke

Het toepassen van deze methodiek hebben we van de huurder in kwestie, die deze zaak pas op 4 april op papier kreeg. Bewust of nalatig. Op die dag eindigde ook de termijn van het indienen van de zienswijze naderde en deze bewoner restte niets anders dan in de pen te klimmen en de rechten veilig te stellen.

2.4 Zolders leeg of spullen afdekken met folie en kleeffolie

Bovenstaande gebeurt niet.
Volgens vergunning moeten de zolders leeg zijn of de spullen moeten met folie zijn afgedekt. In fase 1 is geconstateerd en op foto’s vast gelegd, dat de spullen niet zijn afgedekt of onvolledig zijn afgedekt. Zolders worden niet leeggemaakt. In een folder aan de bewoners werd uitdrukkelijk verzocht om de zolders leeg te maken eventueel met behulp van de vergunninghouder dan wel de saneerder. In de vergunning staat niet vermeld dat zolders leeg meten zijn. Dan staat vervolgens wel in de vergunning vermeld: goed afdekken met folie in combinatie met kleeffolie om besmetting te voorkomen.

De combinatie van het gebruik van folie en kleeffolie staat vermeld in de tekst van de verleende omgevingsvergunning op pagina 10 van 15  waar de tekst begint met “ruimtes die direct/indirect grenzen enz.” De combinatie van beide is bevestigd door een ambtenaar in de gemeentewinkel.

Ruimtes die direct/indirect grenzen, aan de te verwijderen asbesthoudende materialen waar deze vergunning op ziet, zoals bv. zolder, vliering, slaapkamer, badkamer of overloop, dienen vooraf te worden leeg gemaakt (zie lijst warme opnames), dan wel dermate te worden beschermd/afgeschermd (inpakken in plastic, kleeffolie aanbrengen of zorgen voor overdruk in de ruimte) dat eventuele asbestemissie wordt voorkomen. E.e.a. in overleg met de toezichthouder van de gemeente Brunssum en de DTA’er (Deskundig Toezichthouder Asbest) ter plekke.

De kleeffolie wordt niet gebruikt! Foto’s laten zien dat spullen niet of maar voor de helft zijn ingepakt en met alle besmettingsgevaren van dien.

2.5 De vergunning laat veel ruimte voor de saneerder

Er zou sprake zijn van een sanering op maat maar die vinden we in de ter inzage liggende stukken niet terug en in de praktijk bepaalt de uitvoerder  voor het grootste gedeelte wat, waar en hoe de sanering gebeurt, al dan niet in overleg met de handhaver van de gemeente Brunssum. Zie ook het citaat hiervoor onder 2.4. het cafetariamodel.

De aangegeven werkmethode in het risicoclassificatie rapport van één woning t.w. Spoorstraat 66 en de aangegeven werkmethode in het risicoclassificatie rapport van alle woningen, welke staan vermeld in 2 afzonderlijke risico classificatierapporten, zijn incompleet. Preventieve maatregelen om emissie van asbestvezels naar de woon- en leefomgeving te voorkomen, zoals o.a. het dichten van naden en kieren, staan daar niet in vermeld. En daar worden ook zo maar zaken mondeling aan toegevoegd: zie boven het verhaal van de ventilatoren. De huurder/bewoner staat hier buitenspel. De uitvoerder bepaalt en de papieren scheppen die ruimte.

2.6 : De gepredikte voorzichtigheid en veiligheid in de vergunning strookt niet met algemeen gebezigde methodes van saneringspraktijk

Bij het saneren nemen de werklieden zeker niet alle voorzichtigheid in acht. Beschadigd asbesthoudend dakbeschot komt tevoorschijn,  wordt niet direct gefixeerd om vezels vast te houden tot aan de sanering: soms zitten er enkele dagen tussen het blootleggen van het asbesthoudend dakbeschot en de werkelijke asbestsanering met alle gevolgen van dien, zeker als er sprake is van kapot asbest; soms wordt het geschonden dakbeschot en het stoffige asbesthoudende dakbeschot afgedekt en een andere keer blijft het gewoon open en bloot liggen.  Op 3, 4 en 5 April lag bij de Spoordwarsstraat nog steeds een deel van het asbesthoudende dakbeschot gewoon open (niet afgedekt)!

Tijdens onze observatiemomenten wordt nogal “ruw” gewerkt;  het tengelwerk wat op de asbesthoudende dakplaten is genageld wordt  ruw verwijderd; zachtboardplaten op zolders worden ingetrapt en de stof vliegt in het rond, ook mede door het feit dat de dakplaten vooraf aan de sanering niet worden natgemaakt, terwijl dat wel uitdrukkelijk in de vergunning staat vermeld. Zie opmerkingen over het nat maken onder punt 1.2.2 in dit stuk.  Ook staat in het Werk- en V&G plan op pagina 6 van 19, bij het 12e gedachtestreepje maatregelen om stofvorming te voorkomen:

eventueel afvegen van de dakplaten, eventueel nat maken van de dakplaten, dakplaten zoveel mogelijk losschroeven met lage toeren.

Dus op papier staat het er, maar het gebeurt veelal niet.

2.7 Saneerder saneert een particuliere woning.

Dat saneerder niet al te serieus met de afspraken op papier om gaat, blijkt uit het feit dat men een woning gaat saneren die niet in de vergunning is vermeld en waar men wellicht tot 2 keer toe het asbesthoudend dakbeschot heeft moeten breken in de aansluiting op de particuliere woning. Ook daar gaat men aan voorbij in dit proces.
Of het college inmiddels de saneerder, dan wel de eigenaar erop gewezen heeft dat er ter legalisering alsnog een vergunning aangevraagd dient te worden weet het PAK niet. Mocht dat nog niet zijn gebeurd, dan gaan we ervan uit dat het college hier alsnog werk van maakt (scheelt weer legesinkomsten!!!). Overigens vooraf geen asbestinventarisatie, geen risicoclassificatie, geen Werk en V&G plan, etc.

Inmiddels is de saneerder verder gegaan op 6 april 2012 in de Spoordwarsstraat. De stofwolken vlogen in het rond en duidelijk was te zien dat er gaten in het dakbeschot zaten. Dus ook hier is mogelijk sprake weer van ongewenste emissie van asbestvezels. Dus weer worden zaken niet nat gemaakt, kapot asbest wordt niet meteen gefixeerd, etc. Je kunt hier echt niet spreken van de best practice methode.

2.8 Afspraken op papier zijn gewillig, de praktijk is weerbarstig:

Vanuit handhaving zou meer toegezien moeten worden op deze sanering. Als leken al illegale zaken ontdekken, dan moeten specialisten en professionals toch zeker en eerder aan de bel trekken.
Dat de handhaving niet optimaal is (zachtjes uitgedrukt) blijkt al uit het feit dat de illegale sanering in week 12 gebeurde en wij als PAK de week daarna hierop attent werden gemaakt door een bewoner. Uiteraard gaven we dit meteen door en toen pas werd het werk stil gelegd. Een bewoner moet niet handhaven, een raadslid evenmin, wel mee opletten. De handhavende instantie, de gemeente, het college, laat hier steken vallen. De intenties zullen goed zijn, maar het PAK constateert te weinig bewustzijn voor de risicovolle praktijkuitvoering.

Verder hebben we als PAK ook geen signaal gekregen dat vanuit handhaving richting saneerder de nodige waarschuwingen zijn uitgegaan. Op momenten dat we  als PAK de echte sanering van daken (schoon vegen daken en verwijderen platen) observeren zien we taal noch teken van gemeente, terwijl we hebben begrepen, dat er een persoon voor is vrij gemaakt.  Dus mag je concluderen dat er blijkbaar niet  zo veel aan de hand is volgens de gemeente. Deze analyse wijst overduidelijk  in een andere richting. De vergunning biedt ook erg veel ruimte voor de saneerder.

2.9 Aanvullende gegevens die nog aangeleverd moesten worden,  zijn er niet na het verstrijken van de inzage termijn:

Vreemd dat vlak na het stil leggen van de sanering Wonen Zuid het ineens  over asbesthoudende platen onder de cv-ketels heeft bij een aantal huizen. In de vergunning staat vermeld dat er een aanvullend Werk- en V&G plan moet worden gemaakt i.v.m. de niet hechtgebonden asbesttoepassingen (het betreft de asbestplaatjes onder de cv ketels waarvoor een aparte procedure voor moet worden uitgevoerd) en aangeleverd dient te worden aan de gemeente van de volgende adressen:
Spoorstraat 33-34-35-38-39-40-43-44-45-46-47-49-51-54-55-56-58-59-61-63 en 64; 37, 60, 65, 67 en 72 (asbestinventarisatie)
Dit is meer dan 50 % van de betreffende woningen van fase 2.
Na accordering maken dit aanvullend Werk- en V&G plan en deze aanvullende asbestinventarisatie onderdeel uit van de verleende vergunning. Op 4 april waren de ontbrekende stukken niet aanwezig, terwijl op die dag de termijn van het indienen van beroep afliep. Dus alle mensen van fase 2 hebben 6 weken lang de gelegenheid gehad om te reageren, maar het betrof wel een incomplete vergunning. DIT SCHREEUWT OM OPHELDERING.

Overigens werden er op 3,4 en 5 april op verschillende adressen waar dit probleem zich voordoet, gemeten ( soms met 2 luchtmeters)en plak- en veegmonsters genomen (6 stuks per woning); de opdracht is volgens de medewerker van ABS een spoedopdracht van de gemeente en de gemeentelijke vertegenwoordiger zegt,  dat het een opdracht is van Wonen Zuid.  De gemeente was hier wel nadrukkelijk aanwezig. We weten even niet hoe we dit moeten inschatten. Men wil blijkbaar snel worden geïnformeerd omtrent de uitslag van de metingen om aansluitend te kunnen melden dat de bewoners (gelukkig) geen gevaar hebben gelopen. Een bewoner heeft duidelijk van  ABS, de uitvoerder van de metingen, vernomen dat het situaties betreft,  waarbij sprake is van niet hechtgebonden asbestplaatjes onder de cv-ketel en die dus in het verleden en in het heden mogelijke emissie van asbestvezels hebben veroorzaakt! Per definitie is er al die tijd een gevaar voor de volksgezondheid tot het moment dat alles is gesaneerd en vrijgegeven! Dat moet dus gebeuren voor de daksanering.

We zijn voor de Paasdagen met stomheid geslagen om deze werk- en handelwijze van het college te constateren. Het ter inzage leggen van in incomplete vergunning is hoogst ongebruikelijk; gegevens moeten vooraf toch compleet zijn; als je al een hersteltermijn geeft, dan doe je dat voor het verstrekken van de vergunning. En dan is nog de vraag waarom is 6 weken gewacht en gaat men vlak voor het verstrijken van de bezwaartermijn, zaken onderzoeken en verder uitwerken. Heel, heel vreemd. Zeer onzorgvuldig en zeer ongebruikelijk.

2.10 Ernstige situatie bij 3 woningen waar een acute sanering geboden is,  wordt genegeerd.

Bij 3 adressen aan de Spoorstraat (34, 35 en 40) is de situatie zo slecht dat er in feite acuut gesaneerd moet worden (zie de foto’s en opmerkingen bij de vergunning). In de bijlage A overzicht asbesttoepassingen in de woningen staat bij Spoorstraat 35 :

Citaat:

“delen van de houten vloer ontbreken, de bovenkant van het plafond van de 1e verdieping is als asbestbesmet te beschouwen”!

Er gebeurt niets na opmerkingen van het PAK.  Het college is hier nalatig.

2.11:  Het asbesthoudend dakbeschot wordt gesaneerd, de overige asbesttoepassingen worden niet gesaneerd.

Zie pagina 6 van 19  in het Werk- en V&G plan. Het werkplan beschrijft alleen de verwijdering van de asbesthoudende dakbeplating. Alle overige asbesttoepassingen worden niet gesaneerd tijdens de werkzaamheden van PEX dakbedekkingen. Ze blijven dus in het pand of op de schuurtjes /bergingen aanwezig. Het college is hier niet alert.

2.12 Controle van het werk blijft vaag:

Zie pagina 8 van 19 in het Werk -en V&G plan  paragraaf 12 onder tijdstip eindoplevering. Uit de tekst blijkt dat in iedere ruimte, voor de vrijgave, een luchtmeting moet worden uitgevoerd. De praktijk is volgens ons anders. Er vindt slechts visuele inspectie plaats en steekproefsgewijs worden plak- en veegmonsters genomen aldus de antwoorden aan het PAK. Dat is ook veelal de praktijk, terwijl in het onderstaande citaat over luchtmonsters gaat bij elke woning voor alle gesaneerde ruimtes.

Citaat uit: Werk- en V&G plan, blz. 8:

§12 Informatie met betrekking tot de vrijgavemeeting.
Wanneer de asbestwerken gereed zijn, zal een visuele inspectie door de DTA-A plaatsvinden. Deze inspectie geschiedt per ruimte en/of fase. Deze inspectie heeft een drieledig doel:
Vaststellen of al het asbesthoudend (bouw)materiaal is verwijderd;
Vaststellen of geen resten asbesthoudende (bouw)materialen en/of hulpmaterialen zijn achtergebleven;
Vaststellen of de ruimte, containment of gebied deugdelijk is schoongemaakt.

Tijdstip eindoplevering:
Het tijdstip van de oplevering geschiedt per fase, gebied en/of ruimte. Alle ruimtes of gebieden worden separaat visueel beoordeeld.
Alle andere werkzaamheden zullen na de eindoplevering plaatsvinden nadat de ruimte visueel is geïnspecteerd door de DTA-A. en de analist van het onafhankelijk, erkend en STERLAB geaccrediteerd laboratorium en tevens uit de luchtmeting is gebleken dat de vezelconcentratie kleiner is dan 0,01 vezel/ml lucht (vrijgavenorm)

3. Slotopmerkingen:

3.1 Gezondheidsverloop van (oud)-bewoners afgelopen 10 jaar.

Gezien voorgaande analyse zou het  goed zijn dat we in beeld krijgen wie daar in de afgelopen jaren aan longkanker zijn overleden en of dat overeenkomt met gemiddelden in Limburg. Wij kennen al 3 gevallen. De GGD zou hier een rol kunnen spelen. We zijn uiteraard nog niet zelf met een enquête begonnen. Deze opmerking is gebaseerd op kennis van de wijk en hun bewoners, maar als PAK kunnen we niet alles weten. Er is in fase bijvoorbeeld sprake van 50% van de woningen, waarin sprake is van niet-hechtgebonden asbesttoepassingen.

3.2 Het PAK trok eerder aan de bel

Het PAK heeft aan het begin van dit millennium al opmerkingen gemaakt over de wijze waarop Wonen Zuid met asbest omgaat (bijlage 8). In die tijd stelde ook Vrom vragen hierover  naar aanleiding van eerdere asbestincidenten (bijlage). Deze corporatie heeft toen beterschap beloofd. Helaas moeten we nu concluderen, dat dit niet in praktijk is omgezet. Over goede voornemens gesproken  en wat er uiteindelijk van komt. Het heeft er alle schijn van dat anno 2011/2012 de geschiedenis zich herhaalt. Er is vanaf 2001 blijkbaar nooit aanvullend inventariserend onderzoek (asbestinventarisatie) geweest of een risicobeoordeling uitgevoerd in de betreffende woningen van de woningen van fase 1 en fase 2. We sluiten niet uit dat er nog wel meer opmerkingen zijn te maken.

Samenvatting:

Het college heeft te weinig oog en oor voor onze opmerkingen die we in dit traject van meet af aan gemaakt hebben. Het enige winstpunt wat geboekt is in dit hele traject is,  dat bewoners het advies krijgen tijdens de sanering de woning te verlaten. Ons is voorgehouden dat dit ook nog niet juridisch afdwingbaar is. Het activeren van onze controlerende taak heeft niets opgeleverd. Het college doet aan damage control. Even een persberichtje de deur en dan is het met de onrust gedaan.
Voor de rest denkt het college dat er weinig tot niets aan de hand is of wuift men de opmerkingen weg. Het nat maken van platen is hier exemplarisch. Ook het weer bepaalt of de dakplaten al of niet nat gemaakt worden, zegt iemand namens het college. Zelfs dauw kan een rol spelen.  De sanering is evenwel voor 99 %  in het mooie voorjaar gebeurd. Als het gaat regenen dan breken de paasdagen al aan.
Dauw ’s morgens viel weinig te constateren en als die er al is, dan is die aan de grond te constateren en niet 10 m boven de grond. Wie veel verzint liegt zich een keer te barsten.
Het college gaat uit van de goede intenties van iedereen. Die mogen er zijn, maar positieve intenties zijn zeker hier niet voldoende waarborg om zaken goed te doen. Daarvoor hebben we met zijn allen afspraken gemaakt. Die worden niet nagekomen en verder roepen de stukken vele vragen op en de praktijk evenzo.

De belangrijkste conclusies:

1. Er zijn veel tegenstrijdigheden en verschillen te constateren binnen de verschillende stukken.
2. Tussen de papieren werkelijkheid en de daadwerkelijke sanering zijn grote verschillen te constateren.
3. De vergunning van fase 2 heeft niet compleet ter inzage gelegen; pas aan het eind van de termijn van ter inzage legging gaat men aan de slag met het verzamelen van de nodige gegevens en moest nog veel werk gebeuren.. Bij het concipiëren van deze analyse waren die niet voor handen.
4. De vergunning geeft ook veel ruimte om zaken binnen het werk op te lossen, waarbij de bewoner veelal buiten spel staat. Voor die bewoner dient de lokale overheid op te komen. Dat laten we na. De vergunning geeft de ruimte  en er wordt te weinig gehandhaafd.

Kortom:

Het PAK neemt andere zaken waar dan het college.  Het college heeft tot nu toe onze zorgen niet kunnen weg nemen.